autorijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·rij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
autorijden
reed auto
autogereden
klasse 1 volledig

Werkwoord

autorijden

  1. inergatief, (verkeer) zich voortbewegen door een auto te besturen
    • Iedereen wil autorijden, maar kan dat eigenlijk wel? 
    • Als je continu met je iPhone aan de gang wilt zijn is autorijden niet de handigste manier van vervoer. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.