appartement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·par·te·ment
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord appartement appartementen
verkleinwoord appartementje appartementjes

Zelfstandig naamwoord

appartement o

  1. een afzonderlijke woning in een groter gebouw
    • Al onze studenten hebben beschikking over een appartement. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl