studio

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·dio
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord studio studio's
verkleinwoord studiootje studiootjes

Zelfstandig naamwoord

studio m

  1. werkplaats van een beeldend kunstenaar
    Hij was blij met zijn nieuwe studio.
  2. plaats waar geluidsopnamen, films of televisie- of radioprogramma's gemaakt worden
  3. een eenkamerappartement
    Zelfs een eenvoudige studio is in deze stad nauwelijks te betalen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl