agitator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • agi·ta·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord agitator agitatoren
agitators
verkleinwoord agitatortje agitatortjes

Zelfstandig naamwoord

agitator m [3]

  1. onruststoker
  2. tijdens het rijden langzaam draaiende trommel voor het vervoer van betonspecie
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen