agens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • agens
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘werkende kracht’ voor het eerst aangetroffen in 1829 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord agens agentia
verkleinwoord agensje agensjes

Zelfstandig naamwoord

agens o

  1. (medisch), (scheikunde) een werkzame stof
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.

Verwijzingen