afwisselend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wis·se·lend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afwisselend afwisselender afwisselendst
verbogen afwisselende afwisselendere afwisselendste

Bijvoeglijk naamwoord

afwisselend

  1. elkaar vervangend
    De afwisselende temperaturen deden op den duur scheurtjes ontstaan in het asfalt.
Vertalingen

Bijwoord

afwisselend

  1. op afwisselende wijze
    Hij heeft afwisselend les in Spaans en in Latijn.

Werkwoord

vervoeging van
afwisselen

afwisselend

  1. onvoltooid deelwoord van afwisselen