Naar inhoud springen

afvaart

Uit WikiWoordenboek
  • af·vaart
enkelvoud meervoud
naamwoord afvaart afvaarten
verkleinwoord afvaartje afvaartjes

deafvaartv/m

  1. (scheepvaart) wegvaren van de wal van een vaartuig
    • We hebben gewacht tot de afvaart van de veerdienst. 
vervoeging van
afvaren

afvaart

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afvaren
    • ... dat jij afvaart. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afvaren
    • ... dat hij afvaart. 
95 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be