afrissen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ris·sen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

afrissen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afrissen
riste af
afgerist
zwak -t volledig
  1. van planten de blaadjes of vruchten met een wrijvende beweging verwijderen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be