afgerist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·rist

Werkwoord

vervoeging van: afrissen…
verbogen vorm: afgeriste

afgerist

  1. voltooid deelwoord van afrissen
vervoeging van: afristen…
verbogen vorm: afgeriste

afgerist

  1. voltooid deelwoord van afristen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be