afkondiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·kon·di·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afkondiging afkondigingen
verkleinwoord afkondigingetje afkondigingetjes

Zelfstandig naamwoord

afkondiging v

  1. officiële bekendgeving, gewoonlijk van het in werking treden van een regeling of wet
Vertalingen

Gangbaarheid