aestimare

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˌaɛ̯stɪˈmaːrɛ/
Woordafbreking
  • ae·sti·ma·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Werkwoordelijke afleiding van aes met het achtervoegsel -tumo. In de oudste geschriften was de vorm "aestumare".
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
aestĭmāre aestĭmo aestĭmāvi aestĭmātum
eerste vervoeging volledig

Werkwoord

aestĭmāre

  1. schatten, beoordelen
  2. achten, waarderen
  3. geloven, menen
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening