adjunct

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·junct
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adjunct adjuncten
verkleinwoord adjunctje adjunctjes

Zelfstandig naamwoord

adjunct m [2]

  1. ambtenaar of functionaris, aan een hogere toegevoegd om deze in zijn ambtsbezigheden bij te staan en bij afwezigheid te vervangen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal