adjacent
Uiterlijk
- Geluid: adjacent (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /əˈdʒeɪ.sənt/
- ad·ja·cent
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| adjacent | - | - |
adjacent
- aangrenzend, aanliggend, aanpalend, belendend
- «The dialect is spoken in Amsterdam and adjacent areas.»
- Het dialect wordt gesproken in Amsterdam en aangrenzende gebieden.
- «The dialect is spoken in Amsterdam and adjacent areas.»
- adjacent to
- adjacent angles
aangrenzende hoeken
- to be adjacent to
grenzen aan
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | adjacent | adjacents |
| vrouwelijk | adjacente | adjacentes |
adjacent
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 8
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Voorvoegsel ad- in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans