aanliggend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·lig·gend
stellend
onverbogen aanliggend
verbogen aanliggende
partitief aanliggends

Bijvoeglijk naamwoord

aanliggend

  1. ernaast liggend
    • Het vliegveld en de aanliggende gebouwen. 
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
aanliggen

aanliggend

  1. onvoltooid deelwoord van aanliggen

Meer informatie

Gangbaarheid