achterkleinzoon

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·klein·zoon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterkleinzoon achterkleinzonen
achterkleinzoons
verkleinwoord achterkleinzoontje achterkleinzoontjes

Zelfstandig naamwoord

achterkleinzoon m

  1. (familie) de zoon van iemands kleinkind
    • Ik heb geen contact met mijn achterkleinzoon. 
     Huisman maakte de geboorte van zijn achterkleinzoon begin mei wereldkundig op Twitter. Aan Shownieuws vertelde de 71-jarige televisiecoryfee eerder hoe bijzonder het is om overgrootvader te worden. "Je hebt een kind en die heeft een kind en daar zit dan ook weer een kind in. Het is heel bijzonder, een godsgeschenk."[1]
Antoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 13 juli 2022 Weblink bron “Henny Huisman hoorde van Shownieuws dat hij overgrootvader werd” (10 juli 2022), NU.nl