achterkleinzoontje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·klein·zoon·tje

Zelfstandig naamwoord

achterkleinzoontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord achterkleinzoon