achterbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterbank achterbanken
verkleinwoord achterbankje achterbankjes

Zelfstandig naamwoord

achterbank v/m

  1. de bank in het achterste deel van een voertuig
    • Ik heb het even op de achterbank gelegd. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen