abdijkerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·dij·kerk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord abdijkerk abdijkerken
verkleinwoord abdijkerkje abdijkerkjes

Zelfstandig naamwoord

abdijkerk v/m

  1. (bouwkunde) (religie) een kerk die bij een abdij hoort
    • In de abdijkerk kun je vandaag luisteren naar liturgische gezangen. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie