aanvoerster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·voer·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvoerster aanvoersters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aanvoerster v

  1. vrouwelijke aanvoerder
    Deze Nederlandse wielrenster is de nieuwe aanvoerster van de wereldranglijst.
Vertalingen