aanvoerstertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·voer·ster·tje

Zelfstandig naamwoord

aanvoerstertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aanvoerster

Gangbaarheid