aanhangen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·han·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van hangen met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanhangen
hing aan
aangehangen
klasse 7 volledig

Werkwoord

aanhangen

  1. (inergatief) hangend blijven vastzitten
    Er hing een druppel aan.
  2. (overgankelijk) hangend bevestigen
    Er werd een merkteken aangehangen.
  3. (overgankelijk) toegedaan zijn
    Hij hing de gedachte aan dat Obama niet in de Verenigde Staten geboren was.
Uitdrukkingen en gezegden
  • met aanhangend water koken
koken zonder extra water toe te voegen