aangewezen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aangewezen
verbogen -
partitief aangewezens - -

Bijvoeglijk naamwoord

aangewezen

  1. meest geschikt
    • Hij is de aangewezen persoon voor die klus. 
  2. ergens van afhankelijk zijn
    • De oude man is aangewezen op huishoudelijke hulp. 

Werkwoord

vervoeging van
aanwijzen

aangewezen

  1. voltooid deelwoord van aanwijzen
Typische woordcombinaties
  • op iemand of iets aangewezen zijn
afhankelijk van iets of iemand zijn

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.