aangewezen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen aangewezen
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

aangewezen

  1. meest geschikt
    Hij is de aangewezen persoon voor die klus.
  2. ergens van afhankelijk zijn
    De oude man is aangewezen op huishoudelijke hulp.

Werkwoord

vervoeging van
aanwijzen

aangewezen

  1. voltooid deelwoord van aanwijzen