aangaande

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • aan·gaan·de

Voorzetsel

aangáánde

  1. betreffende
    Er is mij aangaande die zaak niets opmerkelijks bekend.
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

áángaande

  1. verbogen vorm van de stellende trap van aangaand
    Hij keek met schrik naar het aangaande waarschuwingslampje.