dienaangaande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dien·aan·gaan·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van dien (datief van het aanwijzend voornaamwoord die) en aangaande [1]

Bijwoord

dienaangaande

  1. wat een eerder genoemde zaak aangaat
    • Er zijn dienaangaande al eerder problemen gerezen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen