aaibaarheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aai·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aaibaarheid aaibaarheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aaibaarheid v

  1. de mate waarin iets aaibaar is, de mate waarin iets of iemand aardig of vriendelijk is
Afgeleide begrippen


Meer informatie