Zugunglück

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Zug·un·glück
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de zelfstandige naamwoorden Zug en Unglück met het voorvoegsel un-
enkelvoud meervoud
nominatief das Zugunglück die Zugunglücke
genitief des Zugunglücks der Zugunglück
datief dem Zugunglück den Zugunglücken
accusatief das Zugunglück die Zugunglücke

Zelfstandig naamwoord

Zugunglück, o

  1. (verkeer) treinongeluk, treinramp
    «Bei dem Zugunglück heute Abend in der deutschen Stadt Mannheim sind dort 45 Menschen verletzt worden. »
    Bij het treinongeluk in het Duitse Mannheim vanavond zijn er 45 mensen gewond geraakt.
Synoniemen