RNA

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • RNA
enkelvoud meervoud
naamwoord RNA -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

RNA o

  1. (biochemie) afkorting van ribo nucleic acid (ribonucleïnezuur), een hoogmoleculaire verbinding die de genetische code kan dragen en/of als katalysator op kan treden
    • Het RNA wordt afgelezen en dus er wordt een nieuw eiwit gemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
RNA -

Zelfstandig naamwoord

RNA

  1. RNA