Quiz

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Quiz

Zelfstandig naamwoord

Quiz o

  1. quiz
    «Ich gewann gestern bei einem Quiz über deutsche Geschichte eine Million Euro.»
    Ik won gisteren bij een quiz over de Duitse geschiedenis een miljoen euro.
Verbuiging