Noël
Uiterlijk
- No·el
- Leenwoord uit Frans Noël.
| enkelvoud | |
|---|---|
| nominatief | Noël |
| genitief | Noëls |
Noël m
- (mannelijke naam) jongensnaam
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Uit Oudfrans Naël, ontwikkeld uit (kerkelijk) Latijn natalis “geboorte-, met betrekking tot de geboorte (van Jezus Christus)”, verkorting van dies natalis “geboortedag (van Jezus Christus)”. [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| Noël | le Noël | - | - |
Noël m
- ↑ Noël (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Eigennaam in het Nederlands
- Mannelijke naam in het Nederlands
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Religie in het Frans
- Feest in het Frans
- Kerst in het Frans