Noël

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit Frans Noël.
Woordafbreking
  • No·el
  enkelvoud
nominatief   Noël  
genitief   Noëls  

Eigennaam

Noël m

  1. (mannelijke naam) jongensnaam

Meer informatie


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit Oudfrans Naël, ontwikkeld uit (kerkelijk) Latijn natalis “geboorte-, met betrekking tot de geboorte (van Jezus Christus)”, verkorting van dies natalis “geboortedag (van Jezus Christus)”. [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  Noël     le Noël     -     -  

Zelfstandig naamwoord

Noël m

  1. (religie) Kerstmis

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 24 december 2020 Weblink bron Noël in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé (1971–1994) op cnrtl.fr