Naar inhoud springen

Bocksbeutel

Uit WikiWoordenboek
  • Bocks·beu·tel
enkelvoud meervoud
nominatief BocksbeutelBocksbeutel
genitief BocksbeutelsBocksbeutel
datief BocksbeutelBocksbeuteln
accusatief BocksbeutelBocksbeutel

Bocksbeutel, m

  1. bocksbeutel, wijnfles in de vorm van een afgeplatte ellipsoïde die typisch is voor de Duitse wijnstreek Franken
    «In Bocksbeuteln wird hochwertiger Wein abgefüllt.»
    In bocksbeutels wordt kwaliteitswijn gebotteld.
  2. (verouderd) nalatigheid, sleur
    «Das Weib soll dem Manne untertan sein, doch allzu oft steht ihm sein Bocksbeutel im Weg.»
    De vrouw moet de man onderdanig zijn, maar al te vaak wordt hij gehinderd door zijn nalatigheid.
  3. (verouderd) een naam voor twee geslachten orchideeën (Orchis op Wikispecies en Epidendrum op Wikispecies)
    «Von den Bäumen hängt der Bocksbeutel herab.»
    Aan de bomen hangt de orchidee naar beneden.
  • [1]: jemandem den Bocksbeutel anhängen
iemand aan algemene spotternij overleveren