Bocksbeutel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: / ˈbɔksˌbɔɪ̯tl̩ /
Woordafbreking
  • Bocks·beu·tel
enkelvoud meervoud
nominatief Bocksbeutel Bocksbeutel
genitief Bocksbeutels Bocksbeutel
datief Bocksbeutel Bocksbeuteln
accusatief Bocksbeutel Bocksbeutel

Zelfstandig naamwoord

Bocksbeutel, m

  1. bocksbeutel, wijnfles in de vorm van een afgeplatte ellipsoïde die typisch is voor de Duitse wijnstreek Franken
    «In Bocksbeuteln wird hochwertiger Wein abgefüllt.»
    In bocksbeutels wordt kwaliteitswijn gebotteld.
  2. (verouderd) nalatigheid, sleur
    «Das Weib soll dem Manne untertan sein, doch allzu oft steht ihm sein Bocksbeutel im Weg.»
    De vrouw moet de man onderdanig zijn, maar al te vaak wordt hij gehinderd door zijn nalatigheid.
  3. (verouderd) een naam voor twee geslachten orchideeën (Orchis op Wikispecies en Epidendrum op Wikispecies)
    «Von den Bäumen hängt der Bocksbeutel herab.»
    Aan de bomen hangt de orchidee naar beneden.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: jemandem den Bocksbeutel anhängen
iemand aan algemene spotternij overleveren