zuidzijde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zuid·zij·de
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zuidzijde | zuidzijden, zuidzijdes |
| verkleinwoord | zuidzijdetje | zuidzijdetjes |
Zelfstandig naamwoord
- de zijde die in het zuiden ligt.
- Aan de zuidzijde van het bos bevindt zich een parkeerplaats.