lijzijde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lij·zij·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijzijde | lijzijdes |
| verkleinwoord | lijzijdetje | lijzijdetjes |
Zelfstandig naamwoord
lijzijde m
- (scheepvaart) de kant van het schip die uit de wind ligt
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- ter lijzijde van
- aan de benedenwindse zijde