luid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luid
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen luid luider luidst
verbogen luide luidere luidste

Bijvoeglijk naamwoord

luid

  1. veel lawaai producerend
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
luiden

luid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
    Ik luid.
  2. gebiedende wijs van luiden
    Luid!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
    Luid je?


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
luir

luid

  1. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van luir