winden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- win·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| winden |
wond |
gewonden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
winden
- (overgankelijk) een draad of kabel draaiend op een as of klos aanbrengen
- Kan jij dat touw om die paal winden?
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een draad of kabel draaiend op een as of klos aanbrengen
Zelfstandig naamwoord
winden mv