arme
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ar·me
Bijvoeglijk naamwoord
arme
- verbogen vorm van de stellende trap van arm
Noors
Woordafbreking
- ar·me
Bijvoeglijk naamwoord
arme mv
- onbepaalde vorm meervoud van de stellende trap van arm
- bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de stellende trap van arm
Nynorsk
Woordafbreking
- ar·me
Bijvoeglijk naamwoord
arme mv
- onbepaalde vorm meervoud van de stellende trap van arm
- bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de stellende trap van arm