wapenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·pe·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wapenen
wapende
gewapend
zwak -d volledig

Werkwoord

wapenen

  1. (wederkerend) zich ~ met: zich van bescherming of wapens voorzien
    Het boek wapent de lezer met de benodigde vaardigheden en kennis.
    Ze wapenen zich met wat ze mee kunnen brengen, van stokken tot pistolen, jachtgeweren tot kalasjnikovs.[1]
  2. (wederkerend) zich ~ tegen: zich versterken ter bescherming tegen aanvallen, zich voorbereiden op aanvallen
    De democratische rechtsstaat zal zich dienen te wapenen tegen ondermijning van zijn fundamentele waarden.
Verwijzingen
  1. Volkskrant 09/04/2010

Zelfstandig naamwoord

wapenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wapen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen