wandelpad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋɑn.dəɫ.ˌpɑt/, /-dɔɫ-/
Woordafbreking
- wan·del·pad
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wandelpad | wandelpaden |
| verkleinwoord | wandelpaadje | wandelpaadjes |
Zelfstandig naamwoord
wandelpad o
- een pad waarover men kan wandelen
- Vanwege het mooie weer waren er zoveel mansen op het wandelpad dat het bijna niet meer te begaan was.