wandelkaart
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋɑn.dəɫ.ˌkart/, /-dɔɫ-/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌkart/
Woordafbreking
- wan·del·kaart
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wandelkaart | wandelkaarten |
| verkleinwoord | wandelkaartje | wandelkaartjes |
Zelfstandig naamwoord
- een kaart waarop wandelpaden en wandelroutes staan aangegeven
- Zij hadden voor hun wandelvakantie een halve tas vol wandelkaarten aangeschaft.