wandelstok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·del·stok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandelstok wandelstokken
verkleinwoord wandelstokje wandelstokjes

Zelfstandig naamwoord

wandelstok m

  1. stok die dient als steun bij het wandelen en beschermt tegen vallen
    De oude man leunt zwaar op zijn wandelstok.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen