wandelweer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋɑn.dəɫ.ˌʋɪːr/, /-dɔɫ-/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈβ̞ɑn.dəɫ.ˌβ̞eːr/
Woordafbreking
- wan·del·weer
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wandelweer | - |
| verkleinwoord | wandelweertje | - |
Zelfstandig naamwoord
wandelweer o
- weer waarbij het lekker is om te wandelen
- Het is echt wandelweer vandaag, laten we lekker een stuk gaan lopen.
- weer in relatie tot de mogelijkheid tot wandelen
- Het is slecht wandelweer vandaag, laten we maar thuisblijven.