vijand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vij·and
Woordherkomst en -opbouw
- Eigenlijk het tegenwoordig deelwoord van een werkwoord dat o.a. verwant is met het Gotische fijan (haten).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vijand | vijanden |
| verkleinwoord | (vijandje) | (vijandjes) |
Zelfstandig naamwoord
vijand m
- iemand met wie men op voet van oorlog leeft