voorspellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·spel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorspellen |
voorspelde |
voorspeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
voorspellen
- trachten iets te weten te komen over de toestand van een iets of iemand op basis van ervaring
- aangeven.
- Deze voortekens voorspellen slecht nieuws.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. trachten iets te weten te komen over de toestand van een iets of iemand op basis van ervaring