voorspelling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·spel·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorspelling | voorspellingen |
| verkleinwoord | voorspellinkje | voorspellinkjes |
Zelfstandig naamwoord
voorspelling v
- een uitspraak over iets wat in de toekomst gebeuren zal
- Zijn voorspelling is toch nog uitgekomen.