voorganger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: voorganger (hulp, bestand)
Woordafbreking
- voor·gan·ger
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorganger | voorgangers |
| verkleinwoord | voorgangertje | voorgangertjes |
Zelfstandig naamwoord
voorganger m
- de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde.
- Zijn voorganger had alle documentatie netjes achtergelaten.
- dienstdoende predikant in een kerkdienst.
- De voorganger hield een betoog over vertrouwen.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde