voorganger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·gan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van voorgang met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord voorganger voorgangers
verkleinwoord voorgangertje voorgangertjes

Zelfstandig naamwoord

voorganger m

  1. de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde
    Zijn voorganger had alle documentatie netjes achtergelaten.
  2. dienstdoende predikant in een kerkdienst
    De voorganger hield een betoog over vertrouwen.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen