kerkdienst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·dienst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkdienst -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kerkdienst m

  1. een bijeenkomst van een christelijke gemeente waarin God vereerd wordt
    Op zondag wonen we een kerkdienst bij.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen