opvolger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vol·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de werkwoordstam van opvolgen (opvolg) met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord opvolger opvolgers
verkleinwoord (opvolgertje) (opvolgertjes)

Zelfstandig naamwoord

opvolger m

  1. iemand die een ambt bekleedt na iemand anders.
  2. iets of iemand wat komt na een eerdere.
Antoniemen
Vertalingen