vermengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·men·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vermengen |
vermengde |
vermengd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vermengen
- (overgankelijk) een homogeen geheel doen vormen
- Hij vermengde de wijn met wat water.
- (wederkerend) een homogeen geheel gaan vormen
- Het water van deze twee rivieren vermengde zich niet zo snel en er was nog mijlenlang een donkere en een lichte baan zichtbaar.