mix

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mix
enkelvoud meervoud
naamwoord mix mixen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mix m

  1. mengsel (van stoffen of onstoffelijke aard)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
mixen

mix

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mixen
    Ik mix.
  2. gebiedende wijs van mixen
    Mix!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mixen
    Mix je?

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord miscere (mengen).
Naar frequentie 2136 (werkwoord)


vervoeging
onbepaalde wijs to mix
he/she/it mixes
verleden tijd mixed
voltooid
deelwoord
mixed
onvoltooid
deelwoord
mixing
gebiedende wijs mix

Werkwoord

mix

  1. (overgankelijk) mengen
    «Add the meatballs and stir to mix well.»
    Voeg de gehaktballen toe en roer door om alles goed te mengen.
  2. (overgankelijk) met elkaar omgaan
  3. (onovergankelijk) zich vermengen
Afgeleide begrippen
Naar frequentie 4189 (naamwoord)


enkelvoud meervoud
mix mixes

Zelfstandig naamwoord

mix

  1. mengsel