mixen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mixen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mixen
/ˈmɪksə(n)/
mixte
/ˈmɪkstə/
gemixt
/ɣəˈmɪkst/
zwak -t volledig

Werkwoord

mixen

  1. (overgankelijk) door elkaar mengen
    Hij moest de ingrediënten alleen nog mixen.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

mixen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mix