vallen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- val·len
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vallen |
viel |
gevallen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
vallen
- (ergatief) vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
- De roekeloze beklimmer van het gebouw viel gelukkig niet.
- (ergatief), (militair) ondanks verzet in vijandelijke handen komen
- Die stad is snel gevallen.
- (ergatief), (militair) sterven in de strijd
- Adolf viel in de slag bij Heiligerlee.
- ~ te: drukt een mogelijkheid uit
- Daar viel bitter weinig aan te veranderen.
- (koppelwerkwoord) ~ + meewerkend voorwerp op een bepaalde manier ervaren worden
- Het afscheid is hem erg zwaar gevallen.
Afgeleide begrippen
Afgeleide werkwoorden
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- uit de boot vallen
- laten vallen
Vertalingen
1. vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
uit de boot vallen
|
laten vallen
Zelfstandig naamwoord
vallen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord val